Nieuws 2004


Hoge Raad

Koersplan de weg kwijt

18 oktober 2004

In de jaren negentig werden enkele honderdduizenden spaarders verleid tot het sluiten van een Koersplan-verzekering van Spaarbeleg. De laatste jaren is er een stroom klachten over de tegenvallende waardeontwikkeling.

Een lezer stelde ons zijn klachtendossier ter beschikking en vroeg om onze mening. Na een uitgebreide analyse lijkt het erop dat er veel is misgegaan bij Spaarbeleg. In februari 1994 sluit een 34- jarige man een Koersplan-verzekering bij Spaarbeleg. Hij spreekt af dat hij 21 jaar lang een bedrag van ƒ 300 per maand, we rekenden toen nog in guldens, gaat betalen. Bij een rendement van 10% per jaar zal het eindkapitaal uitkomen op maar liefst ƒ 242.700, zo spiegelt Spaarbeleg hem voor. De man begrijpt dat het gaat om een belegging in aandelen en dat de koersen kunnen fluctueren. Begin 2004 krijgt hij weer de jaarlijkse waardeopgave. De waarde van zijn polis blijkt slechts ƒ 26.167 te zijn, plus een te verwachten rendementsuitkering aan het einde van de rit van ƒ 3085. De waarde van zijn polis is na bijna tien jaar dus nog steeds flink lager dan wat hij in al die jaren aan premie heeft betaald. Hij besluit daarom een klacht in te dienen. Spaarbeleg geeft in haar eerste reactie aan dat de matige waardeontwikkeling te wijten is aan tegenvallende rendementen op de beurs. De man moet geduld hebben en wachten op herstel van de beurzen. Vele brieven later besluit hij in september 2004 de polis af te kopen. Daarna geeft hij ons het dossier in handen met een simpele vraag: klopt het verhaal van Spaarbeleg? In de polis die de man in 1994 heeft gesloten, staat dat hij bij een gemiddeld rendement op de inleg van 10% per jaar een eindkapitaal opbouwt van ƒ 242.700. In de begeleidende brief staat expliciet dat het eindkapitaal is berekend na aftrek van alle kosten. In 2004 schrijft Spaarbeleg dat de man dit anders had moeten lezen: de vermelde prognose van het eindkapitaal is gebaseerd op een nettorendement van 10% per jaar waarbij alle kosten in mindering zijn gebracht op het brutorendement. Uit onze berekening blijkt dat de door Spaarbeleg afgegeven prognose daardoor ruim 50% hoger is dan de werkelijk te verwachten uitkomst bij 10% beleggingsrendement per jaar. Ook de folder die Spaarbeleg jarenlang gebruikte, bevat deze veel te hoge prognoses. Het probleem zit in de kosten van het Koersplan. In eerste instantie lijken die helemaal niet zo hoog: in de polisvoorwaarden staat duidelijk dat op iedere premie slechts 4% aan administratiekosten wordt ingehouden. Deze worden in het eerste jaar verrekend met de betaalde premies, zodat pas in het tweede jaar iets aan waarde wordt opgebouwd. Bovendien wordt jaarlijks 0,8% aan beheerkosten in rekening gebracht. Het echte addertje onder het gras blijkt in een premie te zitten voor een overlijdensrisicoverzekering. Die kost de man maar liefst ƒ 55 per maand. Uit onze marktvergelijking blijkt dat deze premie extreem hoog is. Achteraf blijkt dus dat daar dus de werkelijke winst van Spaarbeleg verdisconteerd is. De uitkering bij overlijden bedraagt namelijk slechts de som van de betaalde premies plus 4% rente. Daarnaast roepen de polisvoorwaarden de nodige twijfel op of Spaarbeleg deze extra premie wel in rekening mocht brengen. Hebt u ook een Koersplanverzekering en wilt u een klacht indienen, dan kan dat bij de Ombudsman Spaarkasbedrijf, Postbus 93560, 2509 AN te Den Haag. Levert dat niets op, dan is het vaak voordeliger de Koersplan-verzekering af te kopen en de opbrengst zelf te beleggen. Dat geldt in ieder geval als u nog meer dan vijf jaar looptijd voor de boeg heeft. U bent dan voor de rest van de looptijd van die hoge kosten af.

Bron: De Telegraaf